Nieuws

Home  /  Actueel  /  Nieuws  / 

Het boerderijplaatje op school klopt niet, en dat is geen toeval

Boerderij-educatie bij een veehouderij in het buitengebied van Baarn. ANP / Caspar Huurdeman Fotografie

Al op de kleuterschool leren kinderen in prentenboeken wat een boerderij is. De koeien lopen in de wei met een kalfje om te aaien, varkens wroeten in de modder en kippen lopen vrij rond. Daarnaast bezoeken veel basisschoolleerlingen een educatieboerderij. Samen schetsen die ervaringen een vrolijk, en onjuist, beeld van de Nederlandse veehouderij.

Dat beeld is niet toevallig ontstaan. De boerderijeducatie wordt ontwikkeld en gefinancierd door belangenorganisaties uit de landbouw-, vlees- en zuivelsector. Via Boerderijeducatie Nederland, een initiatief van onder meer LTO Nederland en ZuivelNL, bezoeken jaarlijks tienduizenden kinderen speciaal geselecteerde educatieboerderijen. Het doel is duidelijk: een positief beeld van de sector bevorderen. Boerderijeducatie wordt door LTO Noord niet voor niets omschreven als het “visitekaartje van de agrarische sector”.

Er is niets mis met educatie. Het probleem ontstaat wanneer dit visitekaartje voor veel leerlingen de enige kennismaking is met de Nederlandse veehouderij. Op basisscholen en in het voortgezet onderwijs krijgen kinderen nauwelijks informatie over hoe de gemiddelde gangbare veehouderij functioneert, welke dilemma’s daarbij spelen en welke gevolgen deze heeft voor dierenwelzijn, natuur en leefomgeving.

Opmerkelijk is dat de overheid deze vorm van sectorvoorlichting mede financiert.
Boerderijeducatie ontvangt subsidie vanuit overheidsprogramma’s en ook provincies en gemeenten dragen geregeld bij. En nu wil het Ministerie van Landbouw subsidie gaan verstrekken aan Agractie voor het programma “Boer in Klas”, waarmee boeren gastlessen verzorgen op scholen.

Tegelijkertijd stelt dezelfde overheid dat deze lessen neutraal en objectief moeten zijn. Dat wringt. Een belangenorganisatie is immers geen onafhankelijke kennisinstelling. Half augustus bestempelde hetzelfde Ministerie van Landbouw de rekentool van Agractie, waarmee boeren kunnen zien wat de stikstofplannen van kabinet voor hun bedrijf betekenen, als desinformatie. Een verspreider van onjuiste informatie wil je niet voor de klas hebben staan.

De educatieboerderijen die schoolklassen ontvangen zijn vaak mooie, goed verzorgde bedrijven. Maar ze zijn niet representatief voor de gemiddelde veehouderij waar het grootste deel van de melk, eieren en vleesproducten vandaan komt. Een bezoek aan een educatieboerderij geeft een wezenlijk ander beeld dan een kennismaking met een doorsnee melkvee-, varkens- of pluimveebedrijf.

Wat leren kinderen daardoor niet? Ze leren weinig over het grootschalige dierenleed in de intensieve veehouderij. Niks over de anderhalf miljoen koeien en kalveren die nooit buitenkomen. Ze leren weinig over welzijnsproblemen zoals kreupelheid, die door de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA wordt aangemerkt als een van de belangrijkste welzijnsproblemen bij melkkoeien. Niks over de 80-90% van de legkippen die botbreuken krijgt. Of over de chronische stress bij varkens. En dan laten we de milieu-impact van de intensieve veehouderij nog buiten beschouwing.

Wat leren kinderen daardoor niet? Ze leren weinig over het grootschalige dierenleed in de intensieve veehouderij.

Minstens zo problematisch is wat kinderen daarnaast niet te zien krijgen: de veehouderij die laat zien dat het duurzaam kan. Er zijn boeren die kalveren langer bij hun moeder laten, die koeien die hun hoorns laten houden, die hun dieren veel meer weidegang bieden en die werken volgens hogere welzijnsnormen. Juist deze voorbeelden sluiten aan bij de ontwikkeling naar een meer dierwaardige veehouderij waar Nederland naartoe wil werken.

Onderwijs hoort niet afhankelijk te zijn van het visitekaartje van een sector. Kinderen hebben recht op volledige, feitelijke en onafhankelijke informatie. Daarom zouden lesmaterialen en gastlessen over landbouw door onafhankelijke onderwijsdeskundigen moeten worden beoordeeld. Leerlingen zouden inzicht moeten krijgen in zowel de gangbare praktijk als de alternatieven. En ook de boeren die vooroplopen in de transitie naar een dierwaardigere landbouw verdienen aandacht in de klas.

Onderwijs is geen promotiekanaal. Het moet kinderen helpen de werkelijkheid te begrijpen, niet slechts het mooiste plaatje ervan te zien.

Auteurs:
Tjitske de Winne, Caring Teachers
Job van der Lek, Vier Voeters, Caring Vets
Marijn van der Pas, Compassion in World Farming