Meer dan 200 mensen reisden zaterdag vanuit het hele land naar Amsterdam om mee te lopen in het GroenGezond Voedsel-blok tijdens de Klimaatmars. Boeren, artsen, dierenartsen, diëtisten, chefs, docenten, natuurorganisaties, voedselveranderaars en betrokken burgers liepen samen op. Niet omdat iedereen vanuit hetzelfde perspectief naar ons voedselsysteem kijkt, maar omdat steeds meer mensen tot dezelfde conclusie komen: de voedseltransitie is cruciaal klimaatbeleid.
Juist die breedte is waar de Caring Movement voor staat. Klimaat, landbouw, natuur, dierenwelzijn en gezondheid worden nog vaak als afzonderlijke dossiers behandeld, terwijl ze voortdurend met elkaar verbonden zijn. Wat een boer op het land doet, raakt bodem, water en biodiversiteit. Wat vervolgens op ons bord terechtkomt, raakt onze gezondheid. En een veranderend klimaat raakt uiteindelijk opnieuw de boer, de oogst en onze voedselvoorziening. Wie echt vooruit wil, moet daarom integraal naar het voedselsysteem kijken.
Dat vraagt niet alleen om andere ideeën, maar vooral om mensen die ze in praktijk brengen. Binnen de Caring Movement noemen we hen Caring People: boeren die laten zien dat landbouw met de natuur mogelijk is, artsen die gezondheid verbinden aan wat we eten, dierenartsen die dierenwelzijn niet los zien van het systeem eromheen, chefs die plantaardig aantrekkelijk maken en docenten en wetenschappers die een nieuwe generatie anders leren kijken. zaterdag liepen veel van die werelden letterlijk naast elkaar.
Voor boer en Caring Farmer John Arink is de verbinding met klimaat heel concreet. “Als boer zie ik hoe afhankelijk onze landbouw is geworden van fossiele energie, van kunstmest tot veevoer en mechanisatie. Tegelijk krijgen boeren de gevolgen van klimaatverandering als eersten op hun land terug. We moeten dus niet alleen van fossiel af in onze energievoorziening, maar ook ons voedselsysteem veranderen. Dat kan alleen als boeren perspectief krijgen om anders te produceren.”
Die verandering gaat niet alleen over productie. Ook wat we eten telt. Meer plantaardig, voedsel uit gezonde bodems, minder schadelijke chemische middelen, meer dierenwelzijn en een eerlijke prijs voor boeren versterken elkaar. Het gaat daarbij niet om de verantwoordelijkheid bij één boer of consument neer te leggen. De beweging die we voor ons zien, ontstaat juist wanneer boeren, zorg, overheid, bedrijfsleven en burgers dezelfde kant op gaan en de gezonde, planeetaardige en dierwaardige keuze steeds vanzelfsprekender wordt.
“We moeten dus niet alleen van fossiel af in onze energievoorziening, maar ook ons voedselsysteem veranderen.”
De Klimaatmars liet zien dat die beweging groter is dan soms uit het publieke debat blijkt. Boerenprotesten kunnen het beeld oproepen dat landbouw en verduurzaming lijnrecht tegenover elkaar staan. Zaterdag zagen we iets anders: boeren en burgers, zorgprofessionals en voedselmakers die vanuit het hele land naar Amsterdam kwamen omdat ze wél vooruit willen. Niet iedereen met hetzelfde bord of dezelfde oplossing, maar wel met een gedeelde richting.
Morgen is het Prinsjesdag. Daar worden opnieuw keuzes gemaakt over landbouw, klimaat, gezondheid, natuur en economie. Onze boodschap is dat die keuzes niet los van elkaar kunnen worden gemaakt. Een gezond voedselsysteem kan tegelijk bijdragen aan gezonde mensen, een leefbaar klimaat, herstel van natuur en biodiversiteit, een beter leven voor dieren én toekomstperspectief voor boeren. Daar beweegt de Caring Movement naartoe: niet door te wachten tot één partij het hele probleem oplost, maar door mensen en organisaties die al in beweging zijn met elkaar te verbinden en hun gezamenlijke kracht zichtbaar te maken.
De oplossing ligt op ons bord. En die oplossing ontstaat doordat steeds meer mensen samen in beweging komen.