Nieuws

Home  /  Actueel  /  Nieuws  / 

Gezondheid laat zich niet wegpolderen

Gele velden als gevolg van onkruidverdelger glyfosaat.Herman Engbers
De insecten verdwijnen. Autoruiten blijven schoon. Het gezoem in tuinen verstomt. Wetenschappers waarschuwen al jaren dat pesticiden een belangrijke rol spelen in de achteruitgang van biodiversiteit. Toch kiest de politiek opnieuw niet voor directe actie, maar voor een convenant over ‘gewasbeschermings-middelen’. Dat de staatssecretaris hier de term van de sector kiest, en niet het meer neutrale ‘bestrijdingsmiddelen’ of ‘pesticiden’ is al tekenend.

We herkennen dat patroon inmiddels maar al te goed: eerst overleg, dan onderzoek, vervolgens monitoring, terwijl de schade doorgaat. En die schade raakt allang niet meer alleen de natuur.
Steeds meer wetenschappelijke studies wijzen op verbanden tussen bestrijdingsmiddelen en ziekten als Parkinson, bepaalde vormen van kanker, hormoonverstoring en ontwikkelingsproblemen bij kinderen. Vooral de groeiende aandacht voor Parkinson onder boeren en tuinders is veelzeggend. Juist de mensen die dagelijks met pesticiden werken, blijken een verhoogd risico te lopen.

Dat maakt dit niet alleen een landbouw- of milieudossier, maar ook een volksgezondheidsvraagstuk.

Als artsen zien we dagelijks hoe groot de druk op het zorgsysteem al is door chronische ziekten. Tegelijkertijd blijven we stoffen toelaten waarvan de gezondheidsrisico’s steeds duidelijker worden. Dat wringt. Preventie betekent niet alleen gezonder eten of meer bewegen. Preventie betekent ook dat we voorkomen dat mensen structureel worden blootgesteld aan schadelijke stoffen.

Als boeren zien we tegelijkertijd hoe afhankelijk het huidige landbouwsysteem is geworden van chemische bestrijdingsmiddelen, en hoe kwetsbaar dat systeem daardoor is. Want zonder insecten geen bestuiving. Zonder gezonde bodem geen gezonde voedselproductie. Zonder schoon water geen toekomstbestendige landbouw.

Juist daarom voelt het zo wrang dat opnieuw wordt gekozen voor een convenant. Vrijwillige afspraken klinken daadkrachtig, maar leveren in de praktijk vaak jaren vertraging op. Dat hebben eerdere convenanten rondom dierenwelzijn en pesticidengebruik ook laten zien. Terwijl boeren, omwonenden en patiënten nú al de gevolgen dragen.

Nederland kan zich die vertraging niet veroorloven. Elke extra periode van uitstel betekent verdere achteruitgang van biodiversiteit, meer vervuiling van bodem en water en een groeiende druk op de zorg.

Wat nodig is, is duidelijkheid en richting. Voor boeren én burgers.

Gelukkig ontstaan er steeds meer initiatieven die laten zien dat het anders kan. Via bijvoorbeeld het 7-vinkjesmodel van Landinzicht worden boeren ondersteund in concrete stappen richting een toekomstbestendig landbouwsysteem, waaronder het terugdringen van bestrijdingsmiddelen. Niet vanuit symptoombestrijding, maar vanuit systeemverandering: gezonde bodems, sterke ecosystemen en minder afhankelijkheid van chemische inputs.

Dat soort initiatieven laat zien dat de omslag niet alleen noodzakelijk is, maar ook haalbaar, mits boeren daarvoor de juiste ondersteuning, waardering en langjarige zekerheid krijgen.

Daarom is het tijd voor duidelijke keuzes. Neem het voorzorgsprincipe serieus. Stop met PFAS-houdende pesticiden. Stimuleer biologische en natuurinclusieve landbouw actief. Zorg dat gezonde en duurzame keuzes de norm worden in plaats van de uitzondering. En geef boeren de ruimte en zekerheid om die omslag daadwerkelijk te maken.

De vraag is allang niet meer óf we minder afhankelijk moeten worden van pesticiden. De vraag is hoeveel schade aan gezondheid, biodiversiteit en voedselzekerheid we nog accepteren voordat we handelen.

Op basis van een opinieartikel van Caring Farmers in het Algemeen Dagblad: